Binnen Europa zijn we eraan gewend dat we met een paspoort of identiteitskaart gemakkelijk van het ene naar het andere land reizen. Binnen het Schengengebied zijn er meestal geen vaste grenscontroles, maar je moet nog steeds een geldig reisdocument bij je hebben.
Voor veel bestemmingen buiten Europa heb je een visum of elektronische reistoestemming nodig. Er bestaan verschillende soorten visums, bijvoorbeeld voor toerisme, zaken, studie of werk. Een visum kan geldig zijn voor één binnenkomst of voor meerdere reizen binnen een bepaalde periode.
Sommige landen kennen daarnaast een transitvisum voor reizigers die tijdens hun doorreis het internationale gedeelte van de luchthaven verlaten of over land verder reizen. De regels, geldigheidsduur en aanvraagprocedure verschillen per land.
Heb je een visum of reistoestemming nodig, dan controleert de luchtvaartmaatschappij dit meestal voor vertrek. Ontbreken de juiste documenten, dan kan de maatschappij je weigeren. Bij sommige bestemmingen kun je bij aankomst een visum krijgen, maar ook daarvoor gelden voorwaarden.